Zo maak je nog eens wat mee
In het concertgebouw brieste een man op de maat van de muziek op mijn been. Dat was… interessant.
In het concertgebouw brieste een man op de maat van de muziek op mijn been. Dat was… interessant.
Of eigenlijk xf3ver de Amstel, doe ik een intervaltraining. Langs de A10 loop ik een viaduct op en af, op en af, en ik vind er geen hol aan. Als ik mezelf voor de zoveelste keer omhoog push, heftig hijgend en naar ik vermoed, met een rood hoofd, wordt ik door een fietser ingehaald. Hij draagt een rood T-shirt, op zijn rug het logo van het revalidatiecentrum waar ik nog niet zo heel erg lang geleden opnieuw leerde lopen.
Geen sigaretten meer voor de vrouwen?
(Van onzen parlementairen redacteur)
Minister Huysmans heeft, naar wij vernemen, de bedoeling, om spoedig een openbare verklaring over de tabakssituatie af te leggen.
Om aan de zoo plotseling aan het licht getreden tabaksschaarschte het hoofd te bieden, wordt ernstig overwogen van begin December af tijdelijk op den tabaksbon voor dames suikerwerk beschikbaar te stellen. Er zullen dan over de maand December 20 millioen pakjes sigaretten minder in omloop gebracht kunnen worden. Tegelijkertijd zal worden voorgesteld een kwantum import-sigaretten aan te koopen.
Het Parool, 31 oktober 1946, pagina 1
Het was sappelen dit jaar. Met vier dagen strand op de teller (waarvan twee in april, dus die tellen eigenlijk niet) en alleen in mei een ontsnapte gorilla, konden we eigenlijk al officieel vaststellen dat we in 2007 te kampen hebben met een echte k*tzomer.
Maar op een zonnige zondag in augustus komt dan toch nog het verlossende nieuws. In Zaandam waarschuwt de politie voor ontsnapte slangen. Ik weet het, ik weet het, xe9xe9n zwaluw maakt geen zomer, maar ik vermoed txf3ch dat die hittegolf ons nog gaat verblijden.
Ik ben een hypochonder, een echte. Ik denk altijd dat ik ziek word; geen grote dingen, hoor. Gewoon: verkouden, ofzo. En omdat ik dat altijd denk, denk ik er meteen achter aan "Neeeeeeej, je stelt je aan!"
Wist ik veel dat ik vorige week wel ziek aan het worden was! En hoe! Hoge koorts, buikpijn, hoesten, niezen. Niks aan. En het duurde heel lang. Ik dacht zaterdag eigenlijk al dat ik wel beter zou zijn, maar guess what, dinsdag was ik NOG niet beter.
Nu wel. Een beetje. Want toen ik vandaag een brug bij de Reguliersgracht over wilde fietsen – ik, mevrouw-best-fit-en-getraind – toen kwam ik dus mooi de brug niet op. Ging niet! Ik moest afstappen! Lopen! De brug op!
Van schrik bleef ik de rest van de dag in bed liggen. Morgen maar weer proberen.
Geert Wilders wil dat de Koran verboden wordt. Ik stel voor dat we Geert Wilders gaan verbieden.
Doorweekt. Knalroze en doorweekt is mijn hardloopshirt. Alleen op mijn buik, net onder mijn borst zit een lichter roze streep: de borstband van mijn hartstlagmeter zweet niet, zoveel moge duidelijk zijn.
Met een rood hoofd dat vloekt bij mijn roze shirt, wandel ik naar huis. Kramp in mijn buik, zware benen, hoofdpijn, honger en dorst. Midden op de dag gaan rennen als ik me toch al niet zo lekker voel, was een prachtig slecht idee, dat blijkt maar weer.
De zon brandt op mijn veel te warme hoofd, ik zie dat zelfs mijn onderarmen en schenen zweten. Mijn mond is droog en plakt, ik ruik mijn eigen zweet. Gatver. Was ik degene die zei dat trainen voor een marathon leuk was?
Ik leerde hem kennen toen ik nxe9t aan mijn eerste studie was begonnen. Iedereen was zo lyrisch over ‘m dat ik toch ook weleens kennis met deze jongen wilde maken. In de trein van mijn geboorteplaats naar Den Haag was het dan zover. Op de terugweg voelde het alsof we elkaar al minstens een jaar kenden. Binnen een week waren we vier jaar verder, maar verloor ik hem ook uit het oog.
Het duurde even, tweexebnhalf jaar om precies te zijn, tot ik hem weer tegenkwam. Mijn broer had hem midden in de nacht voor me opgehaald. Zelf lag ik in het ziekenhuis. Hij vrolijkte de boel er aanzienlijk op. Niet alleen ik was dol op hem, maar artsen en verpleegkundigen die hem in mijn buurt spotten, wilden ook graag even over hem praten.
Twee jaar later zag ik hem ineens in Spanje. In Portugal had ik hem vergeefs gezocht, maar kon ik hem nergens vinden. In Sevilla wel, in de eerste winkel die ik binnenstapte, lachte hij me toe. Op het strand, in de schaduw, in de auto en in het vliegtuig bleef hij bij me. Maakte hij me aan het huilen. Het was niet erg, hij deed het vaker en het was bijna altijd van ontroering dat ik begon te snikken.
En nu, in de nadagen van mijn scriptie, veel volwassener dan toen ik hem leerde kennen, zie ik hem terug. Voor het laatst, dat weten we allebei. Zijn zeven jaar studie liepen gelijk op met de mijne, al deed hij dan middelbare school. We zijn allebei genuanceerder geworden in onze meningen, hebben meer begrip voor andere mensen, weten dat de wereld niet zo zwart wit is als we soms willen geloven.
Voor de laatste maal sloeg ik gister een boek over Harry Potter dicht. Gelukkig kan ik af en toe nog eens teruglezen hoe het ook alweer zat.
Voor neef van driexebnhalf is het simpel. Als je borsten hebt – en dat heeft deze jongeman eerder al succesvol gexefnspecteerd – ben je een mama. Geen houden meer aan. Dus als we een Lieke-neef-momentje hebben en ik zijn pyjama over zijn hoofd trek, besluit neef dat wij eens een ernstig gesprek met elkaar moeten hebben.
‘Waar is jouw kindje?’
- ‘Ehm… ik heb geen kindje…’
‘Waarom niet? Waar is ie dan?’
- ‘Nou… Ik heb gewoon geen kindjes. Later misschien.’
‘Zit ie nog in je buik?’, vraagt neef, terwijl hij ondertussen driftig in mijn buik begint te prikken.
Ik bestudeer kortstondig mijn buik. We hebben net gegeten en mijn buikje is inderdaad een beetje bol, maar om nou te concluderen dat er een kind in zit. Dat gaat me wat ver.
- ‘Nee hoor. Mijn buik is helemaal leeg.’
Zichtbaar teleurgesteld schuift Neef een meter van me weg. Aan zo’n tante heeft hij natuurlijk niets.
‘Neem je de volgende keer wxe9l een kindje mee?’, gebiedt hij op dwingende toon.
26 juni. Mijn neus en ogen jeuken. Ik nies zoveel dat mijn buikspieren er pijn van doen. Hooikoorts: gaat vanzelf wel weer over. Ik vraag me af hoe ik me zou voelen als het nxedet de hele dag zou regenen.
Ik zit op de bank met een dekentje over me heen, de thermometer zegt 17,5 graden. Zal ik de kachel aan doen? Ik pak mijn sloffen en doe mijn sjaal om.
Naast de voordeur staan mijn renschoenen. Ze zitten volgepropt met keukenpapier, rond de zolen ontstaat een plasje. Mijn binnenzooltjes hangen druipend aan de lijn te drogen.
Onder de douche probeer ik warm te worden. Ik kijk naar beneden, vaag tekent zich een sportbroekje af op mijn benen. Het onderscheid zwembroek-buik is niet te maken: allemaal even wit.
26 juni… Hoe lang zou het nog duren voor ik in de winter aan het strand lig?